Trampoline springen op school

Trampoline springen op school, hoe was het ook al weer, wat mag wel en wat niet!

 

Springen is een hele leuke  activiteit!. Jonge kinderen kunnen soms eindeloos op een muurtje klimmen en er vanaf springen of op het bed heen en weer springen. Op het schoolplein is in een bepaalde periode touwtje springen populair. Op de atletiek- en turnvereniging is springen een onderdeel van de sport. Maar ook in de meeste andere sporten is springen een essentieel onderdeel, denk aan; volleybal, handbal en voetbal.

In de gymlokalen is  vaak een minitramp en een dikke mat aanwezig om het springen nog attractiever te maken. Springen  is een niet te missen onderdeel  binnen de motorische ontwikkeling van een kind.

 

Het gebruik van de minitramp wil ik via deze nieuwsbrief extra onder de aandacht brengen omdat dit deskundige begeleiding vereist van de leerkracht.  Wie mag de minitrampoline in de gymlessen gebruiken?

 

In 1991 is er door de KVLO (Koninklijke Vereniging Leraren Lichamelijke Opvoeding) een  aantal regels opgesteld om  duidelijkheid te geven over het zorgvuldig gebruik van de minitrampoline.

De regels die destijds zijn opgesteld zijn nog steeds van kracht:

  1. De minitrampoline mag alleen gebruikt worden door leerkrachten die in hun opleiding de minitramp en de landingsmat hebben leren hanteren of een nascholingscursus hebben gevolgd, gericht op het gebruik van de minitrampoline.
  2. Bij sprongen met de minitrampoline waarbij de afzet vrijwel rechtstreeks gevolgd wordt door de landing dient altijd de landingsmat gebruikt te worden (bijvoorbeeld steunsprongen).
  3. Het beoefenen van de zweefrol met gebruikmaking van de minitrampoline is slechts toegestaan als er met een verhoogd landingsvlak wordt gewerkt. De landingsmat dient te liggen tussen schouder- en heuphoogte van de leerling staande op de minitramp.
  4. 4. Het minitrampspringen dient te allen tijde door voldoende vanghulp beveiligd te worden.
  5. De minitrampoline dient bij niet-gebruik nooit gebruiksklaar neergezet te worden, noch in de zaal, noch in de berging.

 

Tinie Sterenborg