E = ERWD2

PROTOCOL VOOR BETER ‘BASIS’ REKENONDERWIJS

E = Goed rekenonderwijs. Wat is goed rekenonderwijs? Vanuit de eigen praktijk blijkt vaak dat wanneer leerlingen bij het vak rekenen eenmaal het predicaat zwakke leerling hebben zij dat ondanks alle interventies vaak ook blijven. Hoe kun je er voor zorgen dat leerlingen dit predicaat kwijt raken of helemaal niet krijgen? Mogelijk biedt het protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie (ERWD) hier een oplossing voor. Dit protocol hanteert een 2-tal modellen die leiden tot diagnosticerend onderwijzen. Dit artikel beschrijft het toepassen van één van de modellen in de praktijk en de ervaring die daarmee is opgedaan.  

 

ONDERZOEK NAAR ANDER REKENONDERWIJS

‘Halveren en verdubbelen meester.’ Dit is het antwoord van Vera bij de opening van de rekenles op de vraag om keersommen handig op te lossen. Een prima antwoord maar enigszins verdacht omdat Vera als zwakke rekenaar te boek staat. En inderdaad bij de vraag om het gegeven antwoord toe te passen op de som 8 x 25 gaat het mis. Vera gaat 8 x 10 en nog een keer 8 x 10 doen. Ze legt uit dat je 20 (van de 25) halveert en de 5 (van de 25) verdubbelt! Zie hier een veel voorkomende situatie waarbij de leerkracht in zijn didactisch handelen voor keuzes gesteld wordt maar vaak geen tijd heeft om deze keuzes te kunnen maken.

 

PASSEND (REKEN)ONDERWIJS

In de geschetste situatie van Vera biedt de methodeles geen oplossing. Het gaat hier om de opening van de rekenles waarbij een opstap gemaakt wordt naar automatisering van reeds behandelde leerstof. De les biedt geen ruimte om Vera extra instructie te geven en wil zo snel mogelijk naar het eigenlijke doel van de les.

Hoe kan de leerkracht lesgeven waarbij de methode als bron gebruikt wordt maar waar de leerkracht zelf de keuzes in zijn didactisch handelen maakt zoals Mark (2014) dit beschrijft?

Binnen de stichting Odyssee voor openbaar onderwijs te Sneek klinkt deze roep naar ‘ander onderwijs’. Onderwijs waarbij de leerkracht meer onafhankelijk van de methode handelt. Dit was aanleiding voor een onderzoek naar goed rekenonderwijs aan de leerlingen in groep 6A op de Zwetteschool.

 

Tijdens dit onderzoek werd in het protocol ERWD een manier van ‘ander onderwijs’ aangetroffen in de vorm van diagnosticerend onderwijzen.

Een bezoek aan de openbare basisschool De Spil bevestigde dat diagnosticerend onderwijzen leidt tot een passend aanbod voor iedere leerling waarmee Passend onderwijs haalbaar zou kunnen zijn.

 

Waarom het protocol ERWD?

Het ministerie van OCW heeft met Passend onderwijs voor ogen dat elke leerling onderwijs krijgt dat aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. Het protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie (ERWD) is afgestemd op dit doel van Passend onderwijs.

Het ultieme doel van het protocol is het uiteindelijk bereiken van een passend en acceptabel niveau van functionele gecijferdheid van alle leerlingen. Hierdoor kan de kans op het plezier hebben in het leren van rekenen en wiskunde vergroot worden waardoor meer kinderen hun dromen kunnen verwezenlijken.

Mark (2014) beschrijft een didactische aanpak die inspeelt op wat leerlingen laten zien en zeggen (hoe zij denken en handelen). Het afstemmen kan alleen door de leerkracht worden gedaan en dat vraagt om een kritische blik richting de methode en het maken van verantwoorde keuzes. Het gaat om de afstemming op de leerling.

 

DE REKENLES ANDERS OPZETTEN

Afstemmen op de leerling vraagt om een andere opzet en uitvoer van de rekenles. Op de Zwetteschool is er een onderzoek uitgevoerd om te onderzoeken op welke manier rekenzwakke leerlingen een passend rekenaanbod kunnen krijgen. In dit onderzoek geldt als hoofdvraag hoe het begeleidingstraject eruit kan zien inzake diagnosticerend onderwijzen aan rekenzwakke leerlingen in groep 6.

 

Dit leidde tot het inzetten van een prototype in de vorm van een stappenplan. Om het onderzoek behapbaar te houden is gekozen om eerst de bruikbaarheid van het handelingsmodel te toetsen.

 

Gedurende 3 weken werden alle rekenlessen (de introductie van de breuken) voorbereid met inzet van dit model op basis van het stappenplan. Hiermee is een eerste ervaring opgedaan met het toepassen van het protocol ERWD op groepsniveau. De belangrijkste bevindingen zijn:

 

Het versterken van de basis

‘Oh, zit dat zo!’ Dit was een regelmatig terugkerende uitspraak tijdens de rekenlessen. Het mechanisme zit in het aanbrengen van een stevig en breed fundament met behulp van het toepassen van het handelingsmodel en de daarin beschreven handelingsniveaus. Je kunt als leerkracht meer tijd besteden aan het bouwen van een stevig fundament bij de leerlingen. Hierdoor is de kans op betere begripsvorming groter en kunnen rekenproblemen voorkomen worden. Indien er toch rekenproblemen ontstaan kun je dit tijdig signaleren en met het aanbieden van het passende handelingsniveau adequaat hulp bieden.

 

HET DENKEN EN HANDELEN VAN DE LEERLINGEN

In dit onderzoek is het toepassen van het drieslagmodel onderbelicht gebleven. Het combineren van het handelingsmodel met het drieslagmodel kan tot nog betere resultaten leiden. Het drieslagmodel behelst het denken en handelen van leerlingen bij rekenactiviteiten te stimuleren en dit in beeld te brengen voor de leerkracht.

Een studie of vervolgonderzoek naar de inzet van de vertaalcirkel (Borghouts, 2012) in de rekenles kan deze lacune mogelijk verminderen.

 

Tevens blijkt uit dit onderzoek bij de observatie van de leerlingen van groep 6 dat zij het weergeven van hun denken en handelen (zowel mondeling als op papier) erg lastig vinden. Ze zijn vooral op uitvoering gericht.

Dit maakt het voor de leerkracht ook lastiger om het denken en handelen van de leerlingen goed in beeld te krijgen. Dit beeld is nodig om tot goede afstemming van het didactisch handelen te kunnen komen.

Recentelijke studie van Fagginger Auer, Hickendorff & Van Putten (2015) kan een aanleiding zijn tot nader onderzoek. Deze studie beschrijft het afleiden van het strategiegebruik bij het rekenen uit het schriftelijk werk van basisschoolleerlingen. Het strategiegebruik van leerlingen is vaak af te leiden uit de berekeningen en tussenantwoorden die leerlingen vanuit zichzelf al noteren. Dat ook hier problemen aan kleven laat studie van Hickendorff, Van Putten, Verhelst & Heiser (2010) zien. Wat nu als leerlingen geen aantekeningen maken?

 

GEDRAGSVERANDERING LEERKRACHT

Het handelt hier om het voorkomen van rekenwiskunde-problemen waarbij het zaak is voor de leerkracht om niet te wachten tot een leerling rekenzwak is maar vroegtijdig een passend aanbod te voorzorgen. Rekenzwakke leerlingen helpen begint met een passend rekenaanbod te verzorgen aan alle leerlingen. Op deze manier wordt het voor Vera mogelijk op een juiste manier de strategie halveren en verdubbelen toe te passen en de breuken tot een bruikbaar geheel te vormen. Kortom bouwen aan een stevig fundament om daarmee dromen te kunnen verwezenlijken.